
In het Warandepark, aangelegd in de 18e eeuw in de stijl van de Parijse Tuileries, bevindt zich, aan de kant van de Wetstraat, het Théâtre Royal du Parc, gebouwd vanaf 1782 door de gebroeders Bultos en volgens de plannen van de architect Montoyer.
Met de Cercle Gaulois en het muziekpaviljoen de Waux Hall dat oorspronkelijk een voorstellingszaal, een café en een balzaal omvatte, vormde het Théâtre Royal du Parc een homogeen architecturaal ensemble in het Warandepark.
Oorspronkelijk is het Théâtre Royal du Parc, waarvan de naam teruggaat tot 1816, een bijgebouw van het Munttheater dat bestemd was voor kinderen die zich oefenden in de voordrachtkunst door middel van spreekwoorden. Dit theater, in de stijl van Lodewijk XVI, wordt al snel een klassieke zaal waar grote romantische drama’s en vervolgens komedies worden gespeeld, voornamelijk met de steun van Parijse toneelgezelschappen. De scène wordt pas Belgisch net voor de oorlog van 14-18.
In de jaren ’30 doen de Belgische acteurs dan echt hun intrede in het Théâtre Royal du Parc. De aanwezigheid van kleine gezelschappen die voor het merendeel een bliksemsnel succes kenden legt zo de basis voor een beweging van lokale creatie. In 1976 wordt het theater, tot dan steeds uitgebaat onder de vorm van een concessie, een gebouw van openbaar nut. In de loop der jaren ondergaat het theater talrijke transformaties waaronder de uitbreiding van een deel van de avant-scène in 1836 en meer radicale werken zoals de verhoging van het gebouw en de uitbreiding van de voorgevel met een halfcirculaire zuilengalerij. Ondanks de vele transformatiewerken weet het theater toch zijn architecturale kwaliteiten te bewaren. In 2000 wordt het uitgebreid en grondig gerestaureerd, met behoud van de oorspronkelijke esthetiek. Bepaalde aspecten zoals de toegang voor personen met beperkte mobiliteit worden verbeterd.