Dit gebouw met neoclassicistische gevel herbergt momenteel het Cultureel Centrum Bruegel en de openbare bibliotheek (met dezelfde naam). Het heeft zijn huidige vorm te danken aan de tijd en aan de ontwikkeling van het zinkbedrijf dat er gevestigd was.
De groei van de zinkindustrie zorgde ervoor dat het gebouw aan de straatkant werd uitgebreid ten behoeve van een winkel annex expositieruimte. Aan de achterkant van het hoofdgebouw werd een atelier ingericht. Het complex van het Bruegelcentrum, gelegen in de Hoogstraat, tussen de Rasièrestraat en de Vossenstraat, overkoepelt 2 doodlopende steegjes: het Brucesteegje en de Meertgang. Het 1e werd vernietigd vanaf 1869 toen het achterste atelier werd gebouwd, om dan in 1874 volledig te moeten wijken voor de heropbouw van het hoofdgebouw. De Meertgang, waar de huizen vooral tijdens de uitbreidingswerken van de winkel langzaamaan werden afgebroken, is nog deels zichtbaar en werd in de jaren ’80 heraangelegd om als groene ruimte te dienen in het Bruegelcentrum. Dit steegje, door de Marolliens met de onwelriekende naam Strondgangske opgezadeld omwille van de vuiligheid en de staat van verval waarin het zich bevond, werd in 1868 toegevoegd aan de lijst met doodlopende steegjes die beschouwd werden als permanente infectiehaarden.
Het gebouw van het Cultureel Centrum Bruegel doet al vanaf 1900 dienst als feestzaal en werd in 1911 heringericht als voorstellingszaal voor cinematografische projecten. Zo mochten de leerlingen van de Brusselse scholen een keer per week genieten van wat toen nog het Filmtheater heette. In 1982 werd dan het Cultureel Centrum Bruegel opgericht, dat het Dalhemcentrum, voorheen gevestigd in het gebouw, moest vervangen.